Zwakbegaafdheid

Zwakbegaafde kinderen

Een kind wat zwakbegaafd is, is minder dan gemiddeld intelligent.
Zwakbegaafde kinderen ontwikkelen zich een beetje vertraagd in vergelijking met normaal begaafde kinderen. Hierdoor wordt een zwakbegaafd kind beperkt in het sociaal en zelfstandig functioneren.

Intelligentie

Om goed te kunnen begrijpen wat zwakbegaafdheid is, is het erg belangrijk om te weten wat intelligentie precies betekent.
De Amerikaanse psycholoog, David Wechsler, die de bekende intelligentietesten ontwierp, beschreef intelligentie als volgt: “Intelligentie is het vermogen doelgericht te handelen, rationeel te denken en effectief met de omgeving om te gaan”.
Intelligentie is een eigenschap van de hersenen. Het geeft aan hoe goed de hersenen bepaalde functies uitvoeren.

De functies van de hersenen die samen de intelligentie bepalen zijn:

  • kunnen redeneren
  • plannen maken
  • problemen oplossen
  • taal kunnen begrijpen en spreken
  • abstract denken
  • leren van ervaringen
  • relaties kunnen leggen
  • overeenkomsten en verschillen opmerken
  • ruimtelijke oriëntatie
  • informatie opslaan in geheugen en daar weer uit kunnen halen
  • bestaande kennis in nieuwe situaties kunnen toepassen

Het is niet het geval dat een zwakbegaafd kind deze dingen helemaal niet kan. Een zwakbegaafd kind kan deze functies alleen minder goed of minder snel dan gemiddeld.

Zwakbegaafd of verstandelijk beperkt? (bron: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde)

Wanneer is er sprake van zwakbegaafd (IQ score)

Als maat voor intelligentie wordt het intelligentiequotiënt gebruikt (IQ). Het IQ wordt gemeten door middel van een intelligentietest.

Kinderen halen gemiddeld een score van 100 op een intelligentie test, het gemiddelde IQ is dus 100.
Een kind is zwakbegaafd wanneer het een IQ heeft wat ligt tussen 71 en 84.

Wanneer is sprake van een verstandelijke beperking (IQ score)

Het woord zwakbegaafd wordt vaak verkeerd gebruikt en verward met een verstandelijke beperking. Er is echter wel een verschil tussen zwakbegaafdheid en een verstandelijke beperking.

De IQ score van iemand die verstandelijk beperkt is ligt een stuk lager. Van mensen die een IQ hebben onder de 70 zeggen we dat ze een verstandelijke beperking hebben.

De oorzaak van zwakbegaafdheid

De oorzaak van zwakbegaafdheid ligt in de hersenen. De hersenen functioneren niet optimaal.
Dit kan worden veroorzaakt door een fout in de aanleg al voor de geboorte van een kind, maar kan ook worden veroorzaakt door een beschadiging.

Daarnaast is het vaak het geval dat zwakbegaafdheid geen duidelijke oorzaak heeft, in veel gevallen gaat het om een vorm die valt binnen de normale verdeling van het IQ.

Oorzaken voor de geboorte:

  • Genetische aanleg, o.a. chromosomale afwijking zoals syndroom van Down.
  • Infecties bij moeder tijdens zwangerschap, zoals hersenvliesontsteking
  • Blootstelling aan (voor de baby) giftige stoffen tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld alcoholgebruik door moeder

Oorzaken tijdens de geboorte:

  • Zuurstoftekort
  • Bloeding

Oorzaken na de geboorte:

  • Infecties, zoals hersenvliesontsteking
  • Binnen krijgen van giftige stoffen
  • Hersenletsel veroorzaakt door een ongeluk

Problemen die samengaan met zwakbegaafdheid

Kinderen die zwakbegaafd zijn worden vaak thuis of op school overvraagd. Mensen verwachten dingen van hun, die zij met hun intelligentie helemaal niet aankunnen.
Doordat ze overvraagd worden kunnen allerlei emotionele- en gedragsproblemen ontstaan. Wanneer het kind op het juiste niveau wordt aangesproken verdwijnen deze problemen vaak weer.

Gedragsproblemen

De gedragsproblemen die zwakbegaafde kinderen over het algemeen meer laten zien dan gemiddeld begaafde kinderen hebben vaak te maken met overbeweeglijkheid, concentratie, impulsiviteit, koppigheid en agressie.

Het kan zo zijn dat door de lagere intelligentie het normbesef van het kind zwak is. Het kind kan dan minder goed onderscheid maken tussen wat goed is of slecht is om te doen.

Emotionele en sociale problemen

Het komt ook veel voor dat zwakbegaafde kinderen tegen emotionele en sociale problemen oplopen. Het kan zijn dat een zwakbegaafd kind in de loop van zijn of haar ontwikkeling steeds meer sociale problemen krijgt, doordat het kind steeds minder aansluiting vindt bij zijn ‘slimmere’ leeftijdsgenootjes.

Vaak zijn zwakbegaafde kinderen zeer beïnvloedbaar, als het kind ‘verkeerde’ vrienden krijgt kan het zijn dat zij dit gaan uitbuiten door het kind bijvoorbeeld te gaan pesten.
Daarnaast bestaat er ook de kans dat het kind crimineel gedrag gaat vertonen. Doordat ze vaak beïnvloedbaar zijn en een zwak normbesef hebben lopen zij hier een groter risico op.

Het besef ‘anders’ te zijn dat leeftijdsgenootjes kan zorgen voor een negatief-zelfbeeld.
Een zwakbegaafd kind kan de wereld om zich heen minder makkelijk en minder snel begrijpen. Dit zorgt er vaak voor dat zij emotioneel minder aankunnen, hierdoor lijden zij vaak aan angsten.

Autisme

Zwakbegaafdheid komt in het bijzonder veel voor bij kinderen met autisme. Tachtig procent van de autisten is zwakbegaafd of heeft een verstandelijke beperking. Dit neemt niet weg dat er ook veel kinderen zijn met autisme die een gemiddelde intelligentie hebben of juist hoogbegaafd zijn.

Gevolgen van zwakbegaafdheid

Intelligentie ligt redelijk vast. Door extra oefeningen zal zwakbegaafdheid niet over gaan, het is op die manier dan ook niet te genezen. Een zwakbegaafd kind blijft dan ook zijn of haar hele leven een beneden gemiddelde intelligentie hebben.

Vaststellen van zwakbegaafdheid

Het is erg belangrijk dat zwakbegaafdheid op tijd wordt ontdekt.
De diagnose kan er voor zorgen dat het kind op het juiste niveau wordt aangesproken en dat er geen dingen van hem of haar worden verwacht die niet realistisch zijn.

Zwakbegaafdheid wordt vastgesteld aan de hand van het IQ (intelligentiequotiënt). IQ wordt bepaald met een intelligentietest.

Vaststellen van zwakbegaafdheid bij jonge kinderen

Bij jonge kinderen is het IQ nog erg lastig vast te stellen, zeker als kinderen nog niet kunnen schrijven en lezen. Er wordt op jonge leeftijd dan ook gekeken naar het verstandelijke functioneren op basis van testmateriaal dat speciaal is ontwikkeld voor het jonge kind.
Tijdens de peuter- en kleuterperiode valt bij zwakbegaafdheid op dat het kind achterblijft in de motorische ontwikkeling en de spraak/taalontwikkeling.

Vaak is de inschatting van het IQ op jonge leeftijd hoger, dan het IQ wat uiteindelijk op latere leeftijd uit de intelligentie test komt.

WISC-III NL – Meest gebruikte intellingentietest

In Nederland is de WISC-III NL (Wechsler, D, 2005) de meest gebruikte intelligentietest voor kinderen. Het is een brede intelligentietest, die uit 13 subtesten bestaat.

De helft van deze subtesten doet een beroep op de taalvaardigheid (verbale deel), terwijl de andere helft een beroep doet op het handelend bezig zijn (performale deel). Verder wordt er onderscheid gemaakt tussen verbale vaardigheid, ruimtelijk denken en verwerkingssnelheid.
De test is bedoeld om het IQ vast te stellen bij kinderen van 6 tot en met 17 jaar.

Beschrijving van de subtesten van de WISC-III

Subtest
Beschrijving
1. Onvolledige tekeningen
De subtest Onvolledige Tekeningen bestaat uit 30 opgaven die oplopend zijn in moeilijkheidsgraad. Bij elke opgave wordt er een plaatje getoond, maar bij elk plaatje ontbreekt er iets. Het kind moet het ontbrekende kenmerk kunnen benoemen of aanwijzen.
2. Informatie
De subtest Informatie bestaat uit 31 opgaven waarbij vragen, die steeds moeilijker worden, mondeling en zonder tijdslimiet moeten worden beantwoord.
3. Substitutie
Bij de subtest Substitutie gaat het er om dat het kind symbolen natekent die gekoppeld zijn aan geometrische symbolen (6-7 jaar), of aan getallen (vanaf 8 jaar). Het is de bedoeling om binnen 2 minuten zoveel mogelijk symbolen na te tekenen.
4. Overeenkomsten
De subtest Overeenkomsten bestaat uit 21 opgaven waarbij telkens de overeenkomst tussen twee begrippen moet worden aangegeven.
5. Plaatjes ordenen
Deze subtest bestaat uit 14 opgaven, waarin een aantal plaatjes binnen 45 of 60 seconden in een goede volgorde moet worden gelegd.
6. Rekenen
De subtest Rekenen bestaat uit 26 rekenopgaven, die steeds moeilijker worden. De rekenopgaven moeten, afhankelijk van de moeilijkheidsgraad, worden beantwoord binnen 30, 45 of 75 seconden.
7. Blokpatronen
Deze subtest bestaat uit 12 vragen in oplopende moeilijkheidsgraad. Een aangeboden patroon moet worden nagemaakt binnen 30 tot 120 seconden.
8. Woordkennis
De subtest Woordkennis bevat 35 opgaven, oplopend in moeilijkheidsgraad. In elke opgave wordt er een woord gegeven. Hierin moet het kind de betekenis van het woord aangeven.
9. Figuur leggen
Bij deze test moeten puzzelstukjes tot een figuur worden samengevoegd binnen 120 tot 180 seconden.
10. Begrijpen
Er worden vragen mondeling gesteld. Uit het antwoord van het kind blijkt of hij of zij alledaagse problemen weet op te lossen en of het kind begrip heeft van sociale regels en begrippen.
11. Symbolen vergelijken
De subtest symbolen vergelijken bestaat uit 2 keer 45 opgaven waarbij het kind binnen 120 seconden moet nagaan of een bepaald symbool voorkomt in een groep van 4 aangeboden symbolen (6-7 jaar) of in een groep van 5 symbolen (vanaf 8 jaar).
12. Cijferreeksen
De subtest Cijferreeksen bestaat uit 15 opgaven. Iedere opgave is een reeks van cijfers die het kind moet nazeggen. In de eerste 8 opgaven moet het kind de cijferreeks in de opgenoemde volgorde nazeggen. In de daarop volgende 7 opgaven moet het kind de cijferreeksen in omgekeerde volgorde nazeggen
13. Doolhoven
Deze subtest heeft 10 items, oplopend in moeilijkheidsgraad. Het kind moet hierbij met een potlood de weg van de ingang naar de uitgang van het doolhof aangeven binnen 30 tot 150 seconden.

School

Vaak zitten zwakbegaafde kinderen op een gewone school en zijn ze in staat om normaal onderwijs te volgen.

Wanneer een kind vastloopt in het gewone onderwijs kan hij of zij naar een SBO (speciaal basisonderwijs) school.
Na de basisschool kan een zwakbegaafd kind soms naar het VMBO, wanneer dit te hoog gegrepen is, is praktijkonderwijs een optie.
Praktijkonderwijs is een vorm van voortgezet onderwijs en duurt vijf jaar. Leerlingen worden bij deze vorm van onderwijs voorbereidt op werken, wonen en vrijetijdsbesteding.

Een klein deel van de leerlingen stroomt na het praktijkonderwijs door naar het MBO.

Praktische aanpak:

Praktische aanpak bij een kind dat zwakbegaafd is:

  • Accepteer dat je kind zwakbegaafd is, blijf niet pushen of constant opdrachten geven die te moeilijk zijn.
  • Wees realistisch in welk niveau onderwijs je voor je kind wilt. Op een te hoog school niveau kan het kind overvraagd worden wat, kan leiden tot een negatief zelfbeeld.
  • Benader je kind positief, leg de nadruk op dingen die hij of zij goed kan of goed doet. Het is belangrijk dat het kind een positief zelfbeeld ontwikkelt.
  • Zorg voor duidelijke structuur, zoals een duidelijk dagindeling en duidelijke regels.
  • Geef je kind duidelijke en haalbare opdrachten, waarbij je rekening houdt met de beperkingen van uw kind.

Tips voor ouders:

Tips voor ouders en anderen voor het omgaan met een zwakbegaafdheid:

  • Probeer je verwachtingen die je hebt ten opzichte van de toekomst van je kind bij te stellen naar realistische verwachtingen die passen bij de vermogens van je kind.
  • Blijf voor structureren, zorg er voor dat de gemaakte regels en afspraken regelmatig worden herhaald.
  • Geef duidelijk uitleg over de gemaakte regels, leg uit waarom bepaalde dingen moeten of niet mogen.
  • Geef duidelijke en korte opdrachten. Geef altijd maar één opdracht tegelijk.
  • Zorg altijd voor een snelle reactie op zowel ongewenst gedrag als gewenst gedrag.

5 gedachtes op “Zwakbegaafdheid”

  1. Ik denk dat ik zwakbegaafd ben, ik zit in de 3rde van het voortgezet onderwijs.
    Ik maak de hele dag hele flauwe grapjes, maar daar wil ik heel graag mee ophouden.
    Ik weet niet meer wat ik moet doen, want het houd niet op.
    Help me alstublieft?

    1. Dag Bart,
      flauwe grapjes maken hoeft niet te betekenen dat je zwakbegaafd bent hoor. Kan je geen leerlingbegeleider op school aanspreken om je te helpen met je vraag? Misschien kan je met je klasleerkracht hierover babbelen?

  2. Je hoort ook wel eens dat zwakbegaafde mensen op straat terecht kunnen komen en dakloos kunnen worden omdat ze geen mentor hebben die iets voor hun kan regelen. In deze ingewikkelder wordende samenleving wordt het voor hun steeds moeilijker om het hoofd boven water te houden en om dat allemaal te bolwerken. Regeltjes en wetjes en dan kun je iemand nodig hebben die daar invloed op kan uitoefenen anders kunnen zij op straat terecht komen.

  3. Hallo allemaal,
    Ik heb een vraag aan jullie mijn zoon is 3 jaar en getest door een instantie van Adelante, taal en intelligentie test. De uitkomst is tussen de 50-70. Hij is bewegelijke jongen en begrijpt alles, omdat wij 2 talig zijn heeft hij moeite met Nederlands taal. Ze zijn van plan hem naar een school te sturen waar hij helemaal niet bij hoort, hij is niet gehandicapt, maar die school waar hij heen moet gaan alleen kinderen met beperkingen. Kan iemand mij advies geven of heeft iemand hier ervaringen mee.
    Alvast bedankt.
    Emel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *