Hechtingsstoornis

Veilige gehechtheid

Als je kindje net geboren is, heeft het een aantal dingen nodig om te leven zoals slaap en voedsel.

Buiten deze basisbehoefte is bescherming en een gevoel van veiligheid minstens zo belangrijk voor een pasgeboren kind. Natuurlijk kan een baby niet voor zichzelf zorgen en heeft dus de bescherming van een volwassene nodig. Als een kind zich veilig (geborgen) voelt, kan het zich op een goede manier ontwikkelen.
Een veilige gehechtheid is belangrijk voor de ontwikkeling. Wanneer een kind zich veilig voelt, beseft het zich dat er een ander is op wie het kan vertrouwen. Het veilige gevoel verwijst naar gehechtheid. Het krijgen van een veilige gehechtheid met een volwassene hoort tot een van de ontwikkelingsfasen van je kind.

Bij een hechtingsstoornis is ergens in het proces van het gevoel van veiligheid iets mis gegaan. Dit kan allerlei uiteenlopende redenen hebben. Baby’s zijn al op vroege leeftijd in staat om sfeer aan te voelen en zullen hier ook op reageren. In situaties waarin veel stress aanwezig is, is de kans groter dat een hechtingsstoornis kan ontstaan.

Wat is een hechtingsstoornis eigenlijk?

Bij een hechtingsstoornis is de natuurlijke hechting die kinderen normaal gesproken hebben met hun ouders en directe omgeving niet goed op gang gekomen. Vaak komt dit doordat kinderen korte of lange tijd in een onveilige situatie hebben gezeten, waarin veel stress en relatief weinig aandacht voor het kind is geweest. (Verwar dit overigens absoluut niet met een gebrek aan liefde!)

Een hechtingsstoornis is een extreem moeilijke stoornis om mee om te gaan voor de omgeving. Het lijkt erop dat het kind geen liefde voelt en emoties diep begraven liggen.
Kinderen kunnen bewust gemeen en kwetsend zijn naar personen toe die dichtbij ze staan en het is moeilijk door hun pantser heen te komen.

Professionele hulp is absoluut noodzakelijk bij een hechtingsstoornis. Bedenk goed dat afwijzend gedrag vooral een manier van het kind is om niet meer gekwetst te kunnen worden. Elke afwijzing (mensen geven het op), wordt toegevoegd aan de dikke huid die deze kinderen vaak al opgebouwd hebben.

Bekijk onze tips voor het omgaan met een hechtingsstoornis

Verdedigingstactieken

Kinderen met een hechtingsstoornis hebben vaak methoden ontwikkeld om zichzelf door het leven heen te helpen en daarbij zo min mogelijk verdere schade op te lopen.
Zo kan het zijn dat een kind zich opstelt als volkomen koel en onverschillig, waarbij het lijkt alsof niets uit maakt. Ook kan een kind met een hechtingsstoornis juist extreem claimerig zijn, of juist enorm opstandig en boos zijn. De tactieken die kinderen met een hechtingsstoornis gebruiken zijn uiteenlopend en voor ieder kind verschillend.

Veilige gehechtheid

Natuurlijk kan een baby niet voor zichzelf zorgen en heeft dus de bescherming van een volwassene nodig. Als een kind zich veilig (geborgen) voelt, kan het zich op een goede manier ontwikkelen. Het krijgen van een veilige gehechtheid met een volwassene hoort tot een van de ontwikkelingsfasen van je kind.
Een veilige gehechtheid is belangrijk voor de ontwikkeling.

Hechting voor de geboorte

Al in de buik ontwikkelt een kind vaardigheden om zich te kunnen hechten zodra het geboren is. Zo kan het kindje bijvoorbeeld al horen of het zijn moeder is die aan het praten is, of dat het iemand anders is. Ook is het kindje al gevoelig voor taal en kan het horen wanneer moeder angstig is.

Doordat een zwangerschap meestal gepland is, heeft de moeder positieve gevoelens bij het kind, wat ook bevorderlijk is voor het hechtingsproces. Wanneer ouders weten dat hun kind gezond is (bijvoorbeeld na een vlokkentest), worden de gevoelens van gehechtheid nog groter.

Hechting direct na de geboorte

Wanneer het kindje gezond is, heeft dit een positief effect op de mogelijkheden van een kind om veilig te hechten.

Hechting in de eerste levensmaanden

Als het kindje eenmaal geïnspecteerd en geaccepteerd is, hecht het kindje zich nog niet gelijk aan de gehechtheidsfiguur. Wel zorgt hij ervoor, (door middel van o.a. huilen, lachen, geluidjes) dat er voor hem gezorgd wordt. Dit lok gedrag en de reacties van de gehechtheidsfiguur (zorggedrag) hierop zijn instinctief. Als ouder kan je bijvoorbeeld moeilijk het huilen van je kind negeren.

In de eerste maanden vindt er matching plaats tussen ouder en kind. De ouder kan goed reageren op de slaap-, waak- en voedingsritmen en kan goed omgaan met de voorkeuren van het kind. Ook het oefenen en succesvol afhandelen van troostprocedures is belangrijk.
Omdat het kind en de ouder er voor elkaar zijn ontstaat er een zogenaamde emotionele beschikbaarheid. De ouder is in staat om goed te reageren op de behoeften van het kind.

Baby’s zijn niet eenkennig en zolang volwassenen vriendelijk zijn, zal een baby niet bang worden. Is een volwassene onvriendelijk, dan zal de baby dat niet meer kunnen terugdraaien en zal bang blijven voor deze persoon. Het is dus belangrijk om vanaf het begin te lachen en vriendelijk te zijn tegen de baby.
In de eerste maanden ontstaat de angst om van de ouders gescheiden te worden.

Hechting na het eerste halfjaar

Na ongeveer acht maanden zijn kinderen over het algemeen gehecht aan ten minste één volwassene. Het kind hecht zich niet alleen met de moeder, maar met een klein groepje mensen die nauw betrokken zijn bij de verzorging van het kind.
Wel heeft het kind de meeste voorkeur voor een bepaald persoon, degene die het meest betrokken is bij het kind. Als het kind gescheiden wordt met deze belangrijke persoon, kan dat grote gevolgen hebben als er geen goede vervanging voor is.

Als het kind wat ouder wordt, kan het zelf ook de hechting in stand houden, door bijvoorbeeld achter moeder aan te lopen, zich vastklampen aan moeder.

Gehechtheid na het tweede levensjaar

In het begin wordt de gehechtheid voornamelijk in stand gehouden door het lichamelijk bij elkaar zijn. Wanneer het kind begint te praten, wordt dit belangrijk om de gehechtheid in stand te houden. Het wordt nu ook belangrijk dat het kind de gehechtheidspersoon kan vertrouwen.
Het kind begint te beseffen dat het veilig gehecht is, kan het ook relaties aan gaan met andere kinderen en volwassenen.

Vanaf drie jaar kan het kind zijn eigen gehechtheidsgedrag onderdrukken en op die manier rekening houden met zijn gehechtheidsfiguur. Naarmate het kind ouder wordt, kan het zich ook gaan verplaatsen in de gehechtheidsfiguur en vergelijkt het gedrag met zijn eigen gedrag. Ook begint hij met onderhandelen met behulp van bijvoorbeeld schreeuwen.

Als het kind naar school gaat, worden ook andere mensen buiten het gezin belangrijk voor het kind, bijvoorbeeld de juf. Ook andere kinderen worden belangrijk en uiteindelijk leidt dit tot in de adolescentie dat ze zich het meest gaan hechten aan hun partner.
Het is niet zo dat het hechtingsgedrag stopt, het komt nu alleen naar voren in andere situaties, bijvoorbeeld bij een scheiding met de gehechtheidspersoon, angst voor het donker of denkbeeldige fantasiefiguren.

Wat is een hechtingsstoornis?

Er bestaan verschillende soorten van gehechtheid.
Met de ‘Vreemde Situatieprocedure’ zijn er vier verschillende categorieën in te delen:

  • Veilige gehechtheid

    70% van de kinderen is veilig gehecht.
    Er is sprake van een veilige hechting bij het kind wanneer de persoon is weggeweest en weer terugkomt (in een onbekende omgeving/situatie) en er nadien geen sprake is van het vermijden of afweren van de persoon en er geen sprake is van een van de volgende punten.

  • Vermijdende gehechtheid

    Dit is onveilig. Het kind gaat overdreven op onderzoek uit in de omgeving en wanneer de persoon weer terugkomt, vermijdt hij die.

  • Ambivalente gehechtheid

    Dit is onveilig. Wanneer de persoon weggaat, klamt hij zich overdreven vast, maar weren hem ook af. Ze zijn ontroostbaar en gaan niet echt op onderzoek uit.

  • Gedesorganiseerde gehechtheid

    Hierbij is de hechting ernstig verstoord. Deze kinderen hebben geen duidelijke strategie. Zo kunnen ze bijvoorbeeld hard huilen en om de persoon roepen, maar bij terugkeer van die persoon wordt hij vermeden.

Reactieve hechtingsstoornissen

Het gedesorganiseerde gehechte kind (nr. 4 van de indeling) heeft een reactieve hechtingsstoornis. De andere onveilige hechtingen zijn geen stoornissen, maar kunnen er wel voor zorgen dat het kind gedragsproblemen gaat vertonen.

Er bestaan twee soorten reactieve hechtingsstoornissen. De geremde en de ontremde stoornis.

Geremde hechtingsstoornis

Kinderen met de geremde hechtingsstoornis reageren niet goed in sociale situaties. Zo zoeken ze bijvoorbeeld contact met hun verzorger en kijken tegelijkertijd de andere kant op. Het gedrag van het kind is vaak agressief en moeilijk te voorspellen. Zo kunnen ze het ene moment heel vriendelijk zijn en het andere moment heel erg verdrietig of boos.

Kinderen met de geremde hechtingsstoornis zijn vaak verwaarloosd of mishandeld. Maar als je verwaarloosd of mishandeld bent, hoef je niet altijd de stoornis te krijgen. Hierin spelen dus nog meer factoren een rol, waarover straks meer wordt verteld.

Ontremde hechtingsstoornis

De tweede soort was de ontremde hechtingsstoornis. Bij deze vorm kan het kind zich niet hechten aan een bepaald persoon, maar kan zich aan ieder persoon vastklampen.
Het kind vindt het moeilijk om vrienden en andere sociale contacten te behouden. Vaak zien andere mensen deze kinderen als ‘allemansvriendjes’, ze spelen met iedereen en kunnen met iedereen overweg.

Kinderen met deze vorm van hechtingsstoornis hebben vanaf dat ze heel jong waren meestal geen vaste verzorger gehad. Of er zijn veel wisselingen geweest. Deze vorm komt dan ook veel voor bij pleegzorg kinderen of kinderen die opgegroeid zijn in instituten.

Ontstaan hechtingsstoornis

Een hechtingsstoornis begint voordat het kind vijf jaar is geworden en dat het in verschillende situaties voorkomt. Bijvoorbeeld thuis, op school en op de sportclub.
Hechtingsstoornissen kunnen ook lijken op andere stoornissen. Daarom moet er in onderzoek goed uitgesloten worden dat er niet iets anders met het kind aan de hand is.

Verschillende oorzaken hechtingsstoornis

Een hechtingsstoornis kan komen door verschillende dingen. Enkele voorbeelden zijn:

  • Door iets wat is gebeurd voor of tijdens de zwangerschap. De moeder is bijvoorbeeld ziek of depressief geweest. Ook kan een verslaving aan drugs of alcohol schade brengen aan het kind.
  • Als het kind gelijk na de geboorte in een couveuse komt te liggen, heeft het kind meteen vanaf het begin minder lichamelijk contact met zijn moeder.
  • Door een zuurstoftekort of vanwege een moeilijke bevalling.
  • Als moeder niet in staat is om goed voor het kind te zorgen. Bijvoorbeeld doordat moeder een tijd afwezig is geweest. Het kind kan de moeder dan gaan afstoten.

Er zijn ook extra factoren die de stoornis versterken:

Risicofactoren kind

  • Het kind is lichamelijk niet helemaal in orde. Het mist bijvoorbeeld een vinger.
  • Het kind is ongewenst.
  • Het kind is te vroeg geboren.
  • Het kind heeft een verstandelijke (geestelijke) of lichamelijke handicap.
  • Het kind heeft een moeilijk temperament, hij is bijvoorbeeld snel boos of huilerig.

Risicofactoren ouders, gezin

  • Als de ouders zelf onveilig zijn gehecht, kunnen ze dit overdragen op hun eigen kind door hun manier van benaderen.
  • De ouders mishandelen of verwaarlozen het kind.
  • Als de ouders psychische problemen hebben, zoals verslaving of depressie
  • Als de ouders met onverwerkt verdriet zitten.
  • Tienermoeders.

Risicofactoren omgeving

  • De ouders krijgen heel weinig of geen steun uit de omgeving, omdat ze bijvoorbeeld niet veel familie of kennissen hebben.
  • Als het gezin in een slechte woning of woonomgeving leeft.
  • Als het gezin in financiële problemen zit.
  • Sinds korte tijd heeft er een migratie of vlucht plaatsgevonden uit het moederland.

Beschermingsfactoren

Er zijn ook factoren die ervoor zorgen dat de hechtingsstoornis minder erg naar voren komt. Dat is al het positieve om het kind en gezin heen. Als de ouders elkaar goed ondersteunen, is dat bijvoorbeeld een beschermingsfactor. Of als er veel familie is waarop het gezin kan terugvallen als het even niet lekker loopt.

Criteria hechtingsstoornis

DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) is een handboek dat in de meeste landen wordt gebruikt bij het diagnosticeren van een psychische stoornis. Dit boek geeft criteria waar iemand aan moet voldoen om daadwerkelijk de diagnose te krijgen van die stoornis.

De criteria voor reactieve hechtingsstoornis zijn als volgt (volgens het DSM-IV, het vierde boek van DSM):

A) In de meeste situaties opmerking verstoorde en niet aan de ontwikkeling aangepaste sociale relatievormen, optredend voor het 5e jaar en duidelijk zichbaar in:

  • een voortdurend mislukken om op een aan de leeftijd aangepaste wijze sociale interacties te stellen of erop te antwoorden, zoals duidelijk door overdreven geremde, overalerte of erg ambivalente en tegenstrijdige reacties
  • een gebrek aan duidelijke bindingen, wat blijkt uit een onvermogen om in sociale relaties een onderscheid des persoons te maken, met een duidelijk onvermogen om op die verschillende personen passend te reageren.

B) De stoornis mag niet te wijten zijn aan een algemene ontwikkelingsstoornis zoals een mentale handicap, of een
symptoom zijn van een pervasieve ontwikkelingsstoornis zoals het autisme.
C) Er moeten sporen zijn van een vroegkinderlijke verwaarlozing:

  • voortdurende veronachtzaming van emotionele basisbehoeften (koestering, troost, aanmoediging van het kleine kind)
  • verwaarlozing van de fysieke basisbehoeften (verzorging, voeding)
  • herhaaldelijke wisseling van basisverzorgers, waardoor geen stabiele hechtingen mogelijk waren

D) Men mag veronderstellen dat de verwaarlozing onder punt c verantwoordelijk is voor het gestoorde gedrag, dat ook volgde op die verwaarlozing.

Geen-bodem-syndroom

Het geen-bodem-syndroom is geen officiële stoornis uit de DSM-IV. Het geen-bodem-syndroom kan ontstaan bij kinderen die geadopteerd zijn en die gedragsproblematiek vertonen.
Het adopteren van kinderen gaat lang niet altijd goed. Deze kinderen worden vijf keer zo vaak in een orthopedagogische/psychiatrische instelling geplaatst als andere Nederlandse kinderen.
De problemen die deze kinderen hebben lijken op de problemen van de reactieve hechtingsstoornis.

Kenmerken van het geen-bodem-syndroom:

  • Er zijn geen emotionele banden ontstaan in de eerste levensmaanden.
  • Het kind ervaart geen structuur in zijn leven en heeft weinig gevoel voor tijd en plaats.
  • De gewetensontwikkeling is niet goed ontwikkeld, daardoor weet het kind niet goed wat goed en fout is.
  • Het kind heeft geen gevoel dat hij bestaat, ook vertrouwt hij geen anderen, waardoor hij niet veel contacten heeft.
  • Het kind heeft daardoor vaak oppervlakkige contacten, die ook makkelijk te vervangen zijn.
  • Het kind wil zijn wereld onder controle houden door goed te kijken, te manipuleren. Zo krijgt hij er grip op.
  • Het kind voelt alsof hij tekort schiet en voelt zich eenzaam, omdat hij de relaties in het gezin als bedreigend ziet.
  • Als het kind iets doet, doet hij dat voor zichzelf en kent geen grenzen en kan ook te laat stoppen.
  • Omdat het kind het gevoel heeft dat hij ‘niet gewenst’ is, wil hij alles om zich heen vernietigen. Bijvoorbeeld zichzelf, maar ook naar anderen toe.

Hoe voed je een kind met hechtingsstoornis op?

Preventie

De problemen die bij een hechtingsstoornis voorkomen kunnen ook (voor een groot deel) worden voorkomen.

Het uitgangspunt van elke situatie met betrekking tot kinderen met een hechtingsstoornis is dat ze een veilige uitgangssituatie nodig hebben. Als er in de thuissituatie veel stress en onrust is, kan een andere omgeving als rustpunt gelden voor een kind met een hechtingsstoornis.

Belangrijk in het leven van kinderen met een stoornis in de hechting is dat er stabiele personen in de omgeving zijn die duidelijkheid, structuur en grenzen aan kunnen bieden.
Lukt dit niet goed, wees dan niet te trots, maar zoek hulp!

Residentiële jeugdzorg

Vroeger mochten de hulpverleners geen band opbouwen met de kinderen die er opgenomen werden. Dit omdat het een klap zou zijn als de hulpverlener weer uit het leven van het kind zou verdwijnen.
Tegenwoordig weten we dat het juist goed werkt als de kinderen een band opbouwen met hulpverleners.

Kinderopvang

Een kind kan zich aan meerdere personen hechten, zolang dit maar op stabiele basis is. Kinderopvang is niet schadelijk voor het kind, zolang de kwaliteit maar goed is. Als de kinderopvang slecht is, en thuis is er ook een slechte situatie, dan is dat weer extra slecht voor het kind.

Overdracht van gehechtheid

Opvoedingsondersteuning: doorbreken van intergenerationele overdracht van gehechtheid.
Soms zijn de ouders zelf onveilig gehecht. Dan bestaat de kans dat deze onveilige gehechtheid wordt overgedragen op hun eigen kind. De vroege ervaringen van de ouder zorgen er namelijk voor dat zij een bepaald beeld hebben gekregen van hoe gehechtheid zou moeten zijn. Dit zorgt voor bepaald gedrag van de ouder, waardoor het eigen kind weer dat soort (gehechtheids)ervaringen opdoet.
Door ervoor te zorgen dat de ouder deze ervaringen verwerkt, kun je voorkomen dat hun eigen kind ook weer gehechtheidservaringen opdoet. Ook kun je werken aan het gedrag van de ouder en dat op die manier hij op een andere manier naar gehechtheid leert kijken.

Algemene behandeling

De ‘traditionele’ behandelingen bestaan voornamelijk uit het praten tussen de therapeut en het kind. Op die manier wordt er een vertrouwensband opgebouwd. Van daaruit kan het kind zich dan verder ontwikkelen, met hulp van de therapeut. Er ontstaat een relatie die bestaat uit vertrouwen (van allebei de kanten), respect, (emotionele) eerlijkheid en de mogelijkheid om je gedachten en gevoelens te verwoorden.

Kinderen met een hechtingsstoornis kunnen nooit op die manier therapie krijgen, omdat ze anderen niet kunnen vertrouwen, ze niet (emotioneel) eerlijk kunnen zijn. Ook vinden ze het moeilijk om hun gedachten en gevoelens onder woorden te brengen. Verder hebben ze geen respect voor anderen en ook niet voor zichzelf. Kinderen met een hechtingsstoornis leven om te overleven en staan er niet bij stil waarom ze zich gedragen op de manier waarop ze zich gedragen.

Een goede behandeling voor kinderen met een hechtingsstoornis moet er daarom heel anders uitzien dan een ‘traditionele behandeling’. De behandeling moet confronterend zijn naar het kind toe, en indringend. Maar ook moet hij liefdevol en ondersteunend zijn. Voor ouders is het heel moeilijk om te bepalen hoe ze deze kinderen het beste kunnen opvoeden. ‘Normaal’ opvoeden is voor kinderen met een hechtingsstoornis niet goed genoeg. Ook kunnen ouders niet opvoeden volgens hun instinct. Een kind leert niet van eerdere ervaringen. Dus als het gisteren iets fout heeft gedaan, zal hij dat vandaag weer doen. Ook kan het kind de ouders expres tegen elkaar opzetten.

Het is niet makkelijk om van het gezin weer een liefdevol gezin te maken, omdat het kind altijd de controle zou willen behouden en ook afhankelijk is van zijn ouders. Als er gewerkt wordt aan de risicofactoren en beschermingsfactoren, kunnen veel moeilijkheden die het gezin heeft, weggenomen worden.

Praktische aanpak

Een gezin met een kind met een gehechtheidsstoornis kan het beste opvoedingsondersteuning krijgen op de volgende manier:

  • De ondersteuning moet thuis gegeven worden. Dit is namelijk de context van het gezin. De ondersteuning kan op die manier precies worden afgestemd op de ouder-kindinteractie, de manier waarop ze met elkaar omgaan in huis. Dit is effectiever dan wanneer de ondersteuning op een instituut zou plaatsvinden.
  • De ouder moet zoveel mogelijk zelf een betekenis geven aan het gedrag van het kind. De ouder is namelijk de expert, want die kent het kind het beste. De hulpverlener moet uitgaan van de positieve dingen die de ouder doet en kan helpen bij de negavtieve.
  • Je kan een video gebruiken om later samen met de ouder naar de situaties te kijken die zijn voorgevallen. Op die manier kan de ouder zelf zijn gedrag beoordelen en de consequenties zien van hoe het doet en reageert. Als de ouder ziet dat het kind goed reageert op bepaald gedrag, zal hij dat gedrag ook vaker gebruiken.

Tips voor ouders met een kind met hechtingsstoornis

Je kind wil graag de controle houden op de wereld door bijvoorbeeld te manipuleren. Door te zorgen voor veel structuur in huis, neem je al een angst bij je kind weg. Gebruik geen strenge regels, maar zorg ervoor dat je kind weet waar het aan toe is.

  • Je kind kan zich bedreigd voelen door gezinsleden. Ook kan hij bang zijn voor diepgaande relaties. Probeer daarom je kind afstandelijk te benaderen.
  • Je kind heeft geen goed ontwikkeld geweten, daarom is het beter om niet op zijn schuldgevoel in te werken. Je kind zal niet goed weten hoe het erop moet reageren en dat kan leiden tot gedrag dat je juist niet wilt zien.
  • Het is belangrijk dat je kind doorkrijgt dat je er voor hem bent en dat je te vertrouwen bent. Dreig daarom nooit met straffen die je niet kunt nakomen. Probeer juist om complimentjes te geven, zodat het meer zelfvertrouwen krijgt.
  • Doordat je kind snel afgeleid kan zijn, zal het niet alles onthouden van wat je zegt. Blijf je kind daarom duidelijk vertellen wat je van hem/haar wilt. Je kind kan in de war raken als dingen niet goed zijn uitgelegd. Bereid daarom ook onverwachte verrassingen of gebeurtenissen goed voor.
  • Zorg als ouders in de eerste plaats voor jezelf, alleen dan ben je sterk genoeg om voor je kind te zorgen.
  • Geef je kind nooit het voordeel van de twijfel! Je kind zal veel rare gedachten hebben en die ook vertellen. Vaak lijken ze onschuldig, maar pas daarvoor op! Je kind kan die gedachte zomaar tot uitvoer brengen.
  • Zorg ervoor dat je elke strijd wint. Je kind zal altijd overal de controle over willen houden. Bedenk iets waardoor je elke situatie wint.

31 gedachtes op “Hechtingsstoornis”

  1. Hallo,
    graag zou ik adressen hebben waar wij met ons kind (11 jaar) met hechtingsproblematiek naar toe kunnen voor goede hulp/therapie in noord brabant? Op korte termijn.

    1. Hallo Bdj,

      Doordat ik op deze site terecht kwam, zag ik ook Uw/ jouw vraag staan.
      We zouden wel buiten deze site om (via Facebook bijv.?) in gesprek kunnen komen? Maar mijn man en ik ervaren ook, dat er geen juiste begeleiding voor onze dochter van inmiddels 13 met ADD en Hechtingsstoornis aangeboden kan worden. Ze gaat nu naar de GGz afd. Jeugd voor een zog. PMT. Dit staat voor PsychoMotorische Training. Aangezien we nog in het beginstadium zitten, is het nog te vroeg om te kijken naar mogelijk behaald resultaat.
      Misschien door het onderling uitwisselen van onze ervaringen dat wij beiden ook verder kunnen komen.

      Met vriendelijke groet van Caro en Wout.

    1. Caro van Els

      Hallo BdJ
      Inderdaad zou ik het ook fijn vinden in contact te komen via de mail, echter heb ik geen idee hoe dit tot stand kan komen. Misschien dat de redactie van deze site bereid is ons bij te staan?
      Bij voorbaat dank en met vriendelijke groet van Caro.

  2. Beste Lezers,

    Wij zoeken ouders (lotgenoten) die ook een kind hebben met een hechtingsstoornis om ervaringen uit te wisselen.

    Groetjes Silvia

    1. Hoi silvia ik heb een zoon van 15 met hechtingsproblematiek en een lichte verstandelijke beperking. Ik zou graag in contact komen.

      Groetjes Suzanne.

  3. Beste Silvia,

    Ik ben ook al lang op zoek naar ouders met een kind met een hechtingsstoornis.
    Mijn dochter is 11 jaar en heeft de diagnose gekregen op de kinderpsychiatrie.
    Mss kunnen we via mail met elkaar contact opnemen.

    Gr,
    Vicky

    1. Hallo Vicky,

      Ik zie jullie oproep staan naar ouders die een kind hebben met een hechtingsprobleem. Ik heb
      zelf een zoon van net 12 jaar met een hechtingsprobleem en wil eigenlijk wel graag in contact komen met ouders die soortgelijke problemen ervaren en praten over wat dat met jezelf en je gezin doet. Ik zie je reactie graag tegemoet. Mvg. Wendy

  4. Wij zijn graag behulpzaam om jullie met elkaar (andere ouders) in contact te brengen.

    Iedereen heeft een e-mail gehad met daarin het verzoek om toestemming om uw e-mail adres aan de andere ouders bekend te maken (e-mail adres wordt alleen aan andere ouders gemaild indien ook zij hun e-mail adres bekend willen maken).
    Alleen na uw toestemming (graag reactie op de e-mail) kunnen wij u met elkaar in contact brengen.

      1. Helaas nog niet van iedereen een reactie op de e-mail (toestemming) mogen ontvangen, maar diegenen die toestemming hebben gegeven hebben inmiddels de e-mail adressen ontvangen.

    1. Jullie mogen ook mijn email adres doorgeven, ik heb veel behoefte aan lotgenoten contact.
      Mijn zoon heeft een hechtingsstoornis en nu ook ODD.

    2. Goedenavond ,
      Graag zou ik in contact komen met ouders waar van een kind hechtingsstoornis heeft.
      Mijn dochtertje van 5 jaar is hier voor in therapie.
      Groetjes Reijer

      1. Hallo,
        Wij zijn bezig met een onderzoek over hechtingsstoornissen. We doen onder andere onderzoek naar de invloed van hechtingsstoornissen/problemen op de situatie thuis, op school en op sociaal gebied.
        We komen graag in contact met mensen die ons hier verder mee kunnen helpen door kennis en of ervaringen met ons te delen.
        Groeten,
        Mirte en Ilse

  5. Wij hebben een zoon met een hechtingsstoornis. Maar nu gaat hij mij ( stiefmoeder) slaan, Niet zomaar een tik, maar een vuist vol geraakt op mijn gezicht.
    Van een aantal, mensen zoals speltherapeut, zijn oude voogd, en naschoolse opvang zeggen, dit hoort niet bij de hechting, maar is gewone agressie. De ouderbegeleider op school, zegt, nee dit hoort bij de hechting ( de hechting stoornis, is door zijn moeder gekomen, drugs enz.)
    Inmiddels hebben wij een veiligheidsplan en een crisisplan. Hij doet dit niet alleen bij mij, maar ook bij zijn jongere broertje. Mijn vraag, hoort slaan, en agressief gedrag tot gevaar van andere en hemzelf bij hechting

    1. Dit klinkt als ODD of CD, welke voort kan komen uit hechtingsstoornis.
      Snel hulp zoeken en diagnose laten stellen is mijn advies.
      Succes en sterkte!

  6. Onze dochter van 10 heeft een hechtingsstoornis. Soms weet ik me geen raad ermee.
    Ze steelt kleine dingetjes in huis ( make-up, klein geld enz) en doet veel stiekem.

    Wij hebben speltherapie bij praktijk van Waterschoot in Breda. Als ze iets fout doet kan ze heel onverschillig reageren als je haar corrigeert. Of ze reageert juist overdreven. De handvatten die we kregen was haar als een klein kind te behandelen.

    Nou komt het: ik vind het echt moeilijk om heel kinds tegen haar te doen. Bijvoorbeeld als ze iets gemaakt heeft het te overdrijven als Wouw!! Wat mooi wat heb je dat super gedaan!!! Echt wouw!. Dat doe ik inderdaad bij mn zoon van 3. Bij die van 6 doe ik dat al minder.
    Zijn hier meer mensen die hier tegen aanlopen of moeite hebben met andere dingen?

    1. Ze is u aan het uittesten. Bespreek dit zeker met de therapeut, stelen doet ze alleen maar om u te testen, maar kan bij niet de juiste aanpak tot steeds extremere vormen leiden.
      Ze kijkt na de ontdekking door u van dat er weer iets mist heel goed naar uw reactie (let daar maar eens op). Als u boos wordt is dat voor haar een bevestiging van uw afwijzing (voor haar min of meer een bevestiging van “de hechtingsstoornis”, dus voelt voor haar niet veilig om met u te hechten), blijft u geduldig dan kan ze steeds extremere zaken gaan uithalen (om u te blijven testen).

      Als een klein kind behandelen kunt u ook zien als “positief” naar haar zijn. Bij kinderen helpt belonen nu eenmaal beter dan straffen. Probeer wel trouw te blijven aan u zelf. Nep (wouw) reacties zal ze doorhebben en zal niet helpen bij de hechting.

      De foto op deze website is heel sprekend voor uw situatie. Blijf uw hand naar haar uitsteken (ook al is dat het laatste wat zij wil), alleen u kunt haar helpen.

  7. Hallo
    Graag kwam ik in contact met ouders die ook een kind hebben met een hechtingsstoornis. Onze dochter is 9 jaar en de situatie is voor het ogenblik zeer moeilijk. Eens kunnen praten met lotgenoten zou nu deugd doen.
    Gr Sabrina
    Mijn mailadres mag ook door gegeven worden

  8. Onze dochter (van mijn man) heeft zelf problemen met hechtingen en nu ik dit lees, denk ik dat haar dochter van zes hier verschijnselen van heeft. Ex vrouw van mijn man,(vader van onze dochter L. en opa van kleindochter K ) is alcohol verslaafd. Mijn man heeft de kinderen op een gegeven moment alleen opgevoed. Dochter L was toen een jaar of zeven. Toen ze vijftien was kwam ik in hun leven. Ze heeft meerdere relaties gehad en er houdt geen enkele stand, heeft een negatief zelfbeeld, altijd moe, geen energie. Ze is al wel bij een hulpverlener, maar komt niet zoveel uit.
    Probleem wat nu heerst is dat kleindochter K niet gehoorzaam is aan de moeder, ze gilt soms, klimt op het auto dak en doet allerlei dingen die ze bij ons niet uit zou halen. Ze is overigens veel bij ons, maar mist haar moeder wel, dat merken we, maar als ze dan bij moeder is claimt ze haar en doet vervolgens bovenstaande dingen. ook kan ze weinig van haar broertje hebben, hij is vier jaar. Als ze haar zin niet krijgt, kan ze enorm boos reageren, wij pikken dat gedrag niet, maar moeder vindt het lastig om consequent te zijn. Ze belt ons dan op in tranen en vraagt wat te doen, soms haalden we K. op, maar dat werkt juist averechts, want dan wil ze dat altijd.Nu proberen we via de telefoon met K. te praten, helaas werkt dat ook niet. Verder is K. erg intelligent en weet hoe ze haar moeder kan raken. Ze beschouwd haar opa (gepensioneerd) als vaste verzorger en ik(oma)kom als tweede in aanmerking(ik werk nog 32 uur p/w). Vooral doordeweeks als ze naar school gaan zijn ze hier veel, omdat ze bij haar moeder vaak niet op tijd wil slapen. Bij ons heeft ze geen keus, ze weet waar ze aan toe is, ook al probeert ze wel tijd te rekken. Vooral dat schreeuwen om bijna niets en dat dwangmatige om haar zin te krijgen vinden we erg vreemd en verdrietig. Ze kan ook niet aangeven waarom ze zo doet, haar broertje slaan of op de bank en tafel lopen etc. Hulpverleners gaven aan dat er geen gesprek met K. alleen mogelijk is, want samen met moeder en hulpverlener is ze poeslief.Met een video opname
    doen ze zich beiden anders voor dan in een situatie waarin K. de baas wil spelen bij haar moeder. Is dit gedrag te wijten aan hechtingsstoornis?

    1. Hallo Gerda,
      Je schreef dat de bio moeder alcoholist is. Dit in combinatie met het gedrag van je kind lijkt er op dat het FASD kunnen zijn.
      Beschadiging van o.a. het centraal zenuwstelsel door alcoholgebruik tijdens zwangerschap waarbij ook vaak hechtingsgestoord gedrag wordt gezien.
      zie: http://www.fasstichting.nl

  9. Ik zou ook graag in contact komen met ouders met een kind met een hechtingsstoornis, wij hebben een dochter van 10 en wij vinden het soms heel moeilijk hier mee om te gaan. Met vriendelijke groet, Esther

    1. Cindy de Clercq

      Hallo,

      Ik ben een mama van een dochter van 7 met een hechtingsprobleem, ten gevolge van een vechtscheiding van mijn borderline ex. Door haar gedrag ga ik nu tijdelijk met haar apart wonen, van mijn nieuwe partner en mijn stiefkids en eigen zoontje. Vermits dat heel de situatie ons heel gezin domineert en niemand het nog aan kan. Spijtig genoeg willen mijn ouders niet aanvaarden wat er met mijn dochter aan de hand is en krijg ik weinig steun. Aan ex partner moet ik ook geen steun verwachten, want die zou niet liever willen dat ik mijn dochter opgeef en aan haar geef, het is immers door ex-partner dat mijn dochter dit allemaal doorgaat. Kan er iemand mij helpen.

      Groetjes Cindy

  10. Ja mijn pleegdochter en pleegzoon hebben een ernstig hechtingsstoornis. …maar bij wie moet ik zijn voor de juiste therapie? Mn pleegzoon heeft al zoveel therapeuten gezien …en die geven het in no time op! Agressie. ..manipuleren. ..liegen…zelfbepalend..extraniliserend gedrag….wie heeft de gouden tip qua therapie en zonodig bij wie?!?!?

    Mn pleegdochter accepteert daarintegen geen enkele vorm van therapie. ..manipuleert…liegt over haar verblijfplaats. ..scheld iedere volwassenen uit…geschorst van school …waarschijnlijk odd…maar help!!! Waar wie kan er wat mee?? Iemand tips qua therapie /peut die niet opgeeft? Omgeving Beesd.

  11. Bij onze dochter (7) blijkt ook sprake te zijn van een onveilige hechting.
    Vorig jaar hebben wij met haar een EMDR traject gedaan. Dit heeft haar heel erg geholpen.
    Nog steeds is haar gedrag kenmerkend voor iemand met een onveilige hechting, maar ze heeft door de EMDR grote sprongen vooruit gemaakt.

  12. Ook wij hebben een pleegdochter met een hechtingsstoornis. Zij is nu zeven. Op zich een heel lief kind – zoekt lichamelijk contact, kan knuffelen. Maar voor mij lijkt het aangeleerd gedrag, niet echt. Vooral ook omdat je geen vertrouwensrelatie kunt opbouwen. Het is ook nog eens een kind dat veel medische zorg nodig heeft en een extreme angst heeft als er iets met haar lichaam moet gebeuren. Zelfs nagels of haren knippen laten haar in paniek raken. Je kunt haar dan absoluut niet bereiken. Maar bij een chirurgische ingreep gedraagt ze zich als een lammetje dat naar de slachtbank moet. Daarna valt ze weer enorm terug in haar ontwikkeling en gedraagt zich dan als een baby – gebruikt brabbeltaal en gaat weer kruipen. Omdat ze geen “onaangepast” gedrag laat zien is er geen therapie.

  13. Onze dochter is bijna 17 en heeft een hechtingsstoornis en een laag iq. Ze vertoont heel veel grensoverscheidend gedrag. Was als klein kind erg lichamelijk en klampte zich als een aapje aan mensen vast die ze helemaal niet kende en liet niet meer los.
    Nu wil ze een buitenlands vriendje want dat is stoer. Ze wil sex met jongens die ze soms nog niet eens gezien heeft. Ze zoekt haar bevestiging nu buitenshuis. Ze voelt zich thuis niet geliefd en eenzaam.
    Is er misschien een therapie die haar kan helpen?

  14. Hallo
    Ik zou heel graag in contact willen komen met ouders die ook een kind heb met ODD en hechtingstoornis.
    Mijn zoon is op dit moment 15 en naast zijn puberteit hebben wij allebei het heel zwaar/lastig met zijn problematiek. Ik loop me wezenloos op internet te zoeken naar een passende cluster 4 onderwijs op havo niveau en wat belangrijkste is welke of wat voor hulpverlener.
    Als er ouders zijn die mij hiermee kan helpen met hun ervaringen……… en of adviezen is van harte welkom.

    Alvast bedankt.

    Grt Shericsa

  15. Sinds mijn zoontje 4 was ben ik definitief weg gegaan bij zijn vader, al vanaf de zwangerschap ging het niet goed maar het laatste jaar ging het dramatisch in huis. Ik heb besloten omdat ik vader een belangrijk persoon achtte in mijn zoon zijn leven en ik hem ook de voogdij gaf aangezien vader hier geen recht op had in eerste instantie. we afspraken dat de kinderen de ene week bij mij zouden verblijven en de andere week bij hem. Toen ik eindelijk in een ander huis belande merkte ik dat mijn zoontje zeer angstig werd, bv druk maken om inbrekers ed. In het begin viel het wel mee maar na een jaar werd hij steeds opstandiger en agressiever. Van zowel de peuter tot aan de kleuter school was hij erg druk en gezag was niet echt zijn favoriet. toen hij in groep 3 kwam liet de juf na 2 weken al weten dat mijn zoon, onderzocht moest worden vanwege zijn gedrag. er kwam een laag IQ uit en ze raadde ons aan om naar een speciale school te sturen. Mijn ex was hier niet blij mee maar stemde ermee in. In de maanden op de nieuwe school kon ik dagelijks naar school toe komen en moest ik hem vaak meenemen omdat hij niet meer te houden was in de klas. Ook was hij erg onvoorspelbaar in gedrag. Slaan uitschelden en vernielingen waren vaak aan de orde.Ik heb 7 jaar met vader gevochten om hulp voor hem te krijgen. volgens vader zeggen vertoonde hij dit gedrag alleen bij mij en op school en lag het probleem dus bij onze opvoeding en aanpak.
    Mijn zoon was ongeveer 10 toen vader eindelijk toestemming gaf, onder druk van mij en school en andere instanties, hij onderzocht zou worden op autisme en na bijna een jaar kwam er angststoornis en hechtingsproblematiek met een fors disharmonisch intelligentieprofiel uit. mijn zoon had inmiddels 4 scholen gehad en was telkens opgewonden dat hij naar een nieuwe school mocht maar na 3 maanden ging het toch weer mis en gaf hij aan weer terug te willen naar de oude school, waar hij in eerste instantie alles aan deed om eraf te mogen. Nu zit hij op een school en weet dat er geen andere scholen meer komen en hoewel hij het heeft geprobeerd deze school ook te verlaten, weten ze hoe ze met hem om moeten gaan. toen hij 11 was zou ik na een lange tijd thuishulp krijgen zodat ik kon leren om met mijn zoon zijn beperkingen om te gaan maar dat duurde erg lang en kwam moeilijk tot stand. ik had ook PMT geëist omdat hij dat tijdens zijn tijd op de dagkliniek dat had gehad en ik dat ervoer dat mijn zoon dat leuk en prettig vond en ik merkte dat hij iets met de informatie kon. Toen in Nov de situatie met mijn zoon onmogelijk werd, heb ik hulp geëist en is alles meteen in gang gezet zowel de PMT als de thuishulp. Vader wilde daar echter niets van weten dus de hulpverlener kwam alleen bij mij. Ik heb sindsdien een relatie op proberen te bouwen maar door het gedrag van mijn zoon was dit praktisch onmogelijk en zijn er 2 relaties sindsdien verbroken en mijn relatie nu is gelukkig beter. Vader heeft bij mijn weten al die tijd een vriendin gehad, daar zijn ook perikelen geweest maar zijn nu een gezin met sinds 4 jaar een klein halfzusje die alles voor hem is. Mijn zoon heeft een 4 jaar oudere zus die hier al heel lang mee moet om te zien gaan en geeft veel om hem maar hebben wel een echte broer / zus haat\liefde relatie. Nu zijn we een jaar verder en is mijn zoon 12 hij heeft veel van de PMT geleerd en is een stuk rustiger, al merk ik dat natuurlijk ook door zijn puberteit dat hij anders met zijn emoties om gaat, maar soms nog steeds grensoverschrijdend gedrag laat zien. Hier haal ik vaak vader bij omdat ik en mijn partner niet samen wonen en hij mijn partner ook niet als gezaghebber beschouwd. Helaas neemt vader hem dan vaak mee om hem uit de situatie te halen en heb ik het idee dat mijn zoon zijn zin krijgt omdat dat is wat hij op dat moment wil. vaak gebeurd dit vlak voor de wisseling van mij naar vader, waardoor hij bij vader blijft. En hij later met mijn zoon terug komt om dingen te bespreken al spreekt mijn zoon dan weinig maar knikt hij meer ja en amen. Mijn thuishulp geeft aan weinig nog te kunnen doen voor mij omdat ik cursussen ed heb gevolgd en hun mij niets meer kunnen leren als dat ik wat meer op mezelf moet vertrouwen. Nu wilde de PMT van mijn zoon, zij ziet hem 3 kwartier, 1 x in de week, ook kijken of we over een paar maanden kan gaan stoppen met de PMT omdat zij het met vader eens is dat mijn zoon weinig mankeert en aangeeft dat hij bij haar alles toegeeft en aangeeft dat hij alles expres doet om zijn zin te krijgen, zelfs het buiten zinnige gedrag. Ik heb haar aangegeven dat bepaalde dingen naar mijn idee niet kloppen en heeft ze aangegeven dat ze deze dingen wil gaan onderzoeken omdat dat de hechting in stand zou houden. Zij geeft aan dat net doen of je niets kunt en met opzet extreem gedrag laten zien dat dit iets is wat bij hechtingsproblematiek hoort en dat mijn zoon dus eigenlijk niets mankeert en ik teveel met zijn beperking bezig ben door het hem makkelijker te maken. Sommige dingen kan ik herkennen daarin maar ik ben juist veel bezig met hem zelf dingen te laten beslissen zoals kleren uitzoeken, zelf keuzes maken tot een bepaalde hoogte natuurlijk waardoor hij zelfstandig leert zijn en zelfvertrouwen krijgt. Bij vader word alles voor hem besloten en ik heb daardoor het idee dat hun minder aanvaringen hebben daardoor want ondanks ontkenning gaat het daar ook wel eens mis allen minder heftig en vaak. De Thuishulp en school geven juist aan dat ik goed bezig ben. Ik ben een beetje hierdoor in de war, klopt het wat de PMT zegt en hoort dit bij hechtingsproblematiek en hou ik teveel rekening met zijn beperking ?

  16. Hallo
    Ik heb 2 dochters geadopteerd uit China Inmiddels 17 en 14 jaar
    De oudste heeft een zware hechtenisstoornis met autistische kenmerken en is erg extrovert De jongste in veel mindere mate en zij is erg introvert met kenmerken van borderline
    We hebben jaren begeleiding gehad van een psychiater bij Amacura die gespecialiseerd is in hechtennisstoornis Maar helaas deze man heeft een hartaanval gehad en is eerst minder gaan werken en uiteindelijk gestopt Dus na jaren stopte de begeleiding en niemand bij Amacura kan het overnemen Niemand is gespecialiseerd in hechtenisstoornis Ze hebben ons naar de gemeente gestuurd maar ook daar geen specislisten op het gebied van hechtenisstoornis
    De oudste heeft zware medicijnen ook en we weten nu niet meer wat te doen Ook op school gaat de oudste slecht Niemand begrijpt haar gedrag
    Weten jullie missch waar we in de omgeving van Tilburg heen kunnen voor hulp bij hechtenisstoornis
    Mvg Patricia

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *