Diagnostiek dyspraxie

Diagnose coördinatie-ontwikkelingsstoornis (Dyspraxie)

Volgens de DSM-IV zijn de volgende vier criteria bepalend voor de diagnostiek coördinatie-ontwikkelingsstoornis (diagnose dyspraxie):

Criterium A

De dagelijkse activiteiten, die motorische coördinatie vereisen, worden duidelijk slechter verricht dan men op basis van chronologische leeftijd en intelligentie zou verwachten. Dit kan blijken uit aanmerkelijke vertragingen in het bereiken van motorische mijlpalen (bijv. lopen, kruipen en zitten), dingen laten vallen, houterigheid, zwakke sportprestaties of een slecht handschrift.

Criterium B

De stoornis interfereert significant met schoolse activiteiten of activiteiten in het dagelijks leven.

Criterium C

De stoornis is niet toe te schrijven aan een algemeen medische aandoening (bijv. spasticiteit, hemiplegie of spierdystrofie) en valt ook niet binnen de criteria voor een pervasieve ontwikkelingsstoornis.

Criterium D

Als er sprake is van mentale retardatie zijn de motorische problemen ernstiger dan die welke doorgaans met mentale retardatie samenhangen.

Nadere toelichting

De criteria geven alleen geen duidelijkheid over hoeveel een kind in motorische activiteiten mag verschillen van zijn leeftijdsniveau om te kunnen voldoen aan het criterium A van de DCD classificatie.

De uitingsvormen zijn de vaardigheden die gebruikt worden in het dagelijks leven en op school. Het is onduidelijk welke activiteiten er precies bedoeld worden.
Als DCD gediagnosticeerd wordt zegt dat dus alleen dat er iets aan de hand is, maar niet precies wat. DCD is daardoor geen echte diagnose, maar geeft eerder aanwijzingen dat er meer aan de hand is met het kind.

Meer over:
– Dyspraxie: Algemeen
– Kenmerken en gevolgen van dyspraxie
– Diagnostiek dyspraxie
 Tips voor het omgaan met dyspraxie (voor ouders, school en kinderen)

1 gedachte op “Diagnostiek dyspraxie”

  1. Beste,

    Mijn zoon zou dyspraxie hebben. Het CLB en de school ondersteunen hem reeds 3 jaar. Hij krijgt ook psycho motorische kine voor de schrijfmotoriek en om te leren typen. Hij zou zijn lateralisatiefase voorbij zijn waardoor het voor hem moeilijk blijft om de fijne motoriek maar zaken als de klok leren, links en rechts of decimale cijfers onder nul aan te leren.
    Zelf merk ik samen met de school dat hij cognitief sterk genoeg is om door automatisatie (oefening) hetzelfde te kunnen leren als zijn leeftijdsgenoten. Hij staat zelfs niet heel sterk achter op de klasgemiddelden.
    Maar mijn vraag is wel, gezien hij meer tijd nodig heeft om dingen te automatiseren, waar en hoe kan hij een officiële diagnose verkrijgen om in vb het middelbaar onderwijs de nodige tijd te krijgen om oefeningen af te maken?
    Wie stelt deze diagnose, want ik ben hiervoor ook reeds bij een kinderarts geweest, volgens haar zijn er door het clb onvoldoende testen gedaan maar het ckv verwijst me voor een diagnose door naar een pediater.
    Bedankt voor uw reactie!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *