Het team van Marlispraktijk
Navigatiemenu

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
1 keer per maand ontvang je de nieuwsbrief met relevante informatie

» Klik hier

Oorzaken autisme

Kenmerken en oorzaken van Autisme

Heel veel mensen hebben, als je kritisch kijkt, kenmerken van autisme of van een vorm van autisme zoals asperger of pdd-nos. De diagnose autisme kan alleen door een psychiater worden gesteld.
Meer over:


Stoornissen in de omgang met mensen
Een kind met autisme is erg op zichzelf gericht. Hij onderzoekt en verkent de omgeving niet goed uit zichzelf. Ook vermijdt hij oogcontact met anderen. Doordat het contact met mensen zo moeizaam gaat, komt ook de hechting met de opvoeders niet goed, of erg traag op gang. Zo duurt het bijvoorbeeld lang voordat het kind voor het eerst glimlacht. Of het kind steekt zijn armen niet uit als hij uit de wieg wordt gehaald. Ook zal een kind met autisme niet snel troost zoeken als hij gevallen is of op mama afrennen als hij thuis komt.
Maar ook het contact met leeftijdgenootjes gaat niet zo gemakkelijk. Het kind kan zich namelijk erg moeilijk inleven in bijvoorbeeld de interesses van anderen of emoties.

Stoornissen in de omgang met dingen
Ook gaat de omgang met dingen bij kinderen met autisme anders dan bij andere kinderen. Zo speelt het kind vaak maar op één bepaalde manier met materiaal en kan moeilijk variëren. Ook is hij niet zo creatief of het creatieve bezig zijn gaat op een stereotiepe manier.
Kinderen met autisme spelen geen rollenspellen, zoals bijvoorbeeld ‘vader en moedertje’. Maar ook spelen met voorwerpen op symbolische wijze (bijv. een banaan gebruiken als telefoon) kunnen ze niet goed.
Het op een aparte manier van spelen, komt doordat kinderen met autisme een ongewone drang hebben naar routines en herhaling. Ze zijn namelijk bang voor alles wat nieuw of onbekend is en alles wat onverwacht gebeurt. Ze willen dan graag dat alles hetzelfde blijft, dat biedt hen houvast. Als de routine wordt verstoort kan dat leiden tot paniek- en driftaanvallen. Soms zijn de kinderen dagen daarna nog van slag door wat er is gebeurd.

Stoornissen in de spraak en het taalgebruik
Veel van de kinderen met autisme leert nooit echt actief gebruik te maken van spraak. De spraakontwikkeling komt meestal vertraagd op gang. Het taalgebruik is dan ook niet ‘normaal’ te noemen. Het zit vol met eigenaardigheden. Veel kinderen met autisme ‘papegaaien’ bijvoorbeeld. Ze zeggen dan precies na wat er tegen hen gezegd wordt en ook met precies dezelfde intonatie.
Wanneer ze gaan praten klinkt dit vaak vlak en robotachtig. Ze vinden het namelijk moeilijk om melodie in de taal te brengen of om toon, ritme en stembuigingen te gebruiken. Hierdoor is het voor een ander moeilijk te ontdekken hoe het kind zich nou eigenlijk voelt, omdat dat niet aan de stem te herkennen is.
Ook is er weinig interactie met andere mensen. De taal wordt niet echt als communicatiemiddel door het kind gezien. Kinderen met autisme praten echt tegen iemand in plaats van met iemand.

Stoornissen in de motoriek
Kinderen met autisme gebruiken ook weinig mimiek. Ze hebben nauwelijks gezichtsexpressie. Dan maken de kinderen een wat stille indruk en een wat ‘popperige’ uitstraling.
Ook gebruiken kinderen met autisme weinig tot geen houdingen en gebaren om duidelijk te maken wat ze willen en wat ze voelen.
Er is een achterstand in de grove en fijne motoriek. De meeste bewegingen die de kinderen wel maken is sterotiep. Vaak is dit ritueel van aard, de kinderen stimuleren zo zichzelf. Wanneer een kind niet zo goed kan functioneren kan dit doorslaan tot automutilatie (zelfverwonding). Kinderen met autisme worden vaak gezien als overbeweeglijk, snel afleidbaar en impulsief.

Stoornissen in de prikkelverwerking
Kinderen met autisme kunnen heel verschillend reageren op gebeurtenissen uit de omgeving. Soms reageren ze te heftig en andere keren reageren ze veel te gering. Dit kan bij vanalles voorkomen. Soms reageert een kind bijvoorbeeld helemaal niet, zelfs niet op zijn eigen naam of op een begroeting van iemand die binnenkomt. Maar ook als het kind zich bijvoorbeeld verbrandt kan het zijn dat het geen pijnreactie geeft. Hij gaat dat niet huilen, raakt niet in paniek en zoekt ook geen troost. Op andere dingen wordt weer extreem heftig gereageerd, terwijl dat helemaal niet nodig is. Bijvoorbeeld het geluid van een stofzuiger of een verandering van lichtinval in de kamer. Het kind raakt dan overstuur en is vaak moeilijk weer rustig te krijgen.

Stoornissen in de regelmaat van de ontwikkelingsgang
De ontwikkeling van een normaal kind verloopt over het algemeen soepel en voorspelbaar. Bij kinderen met autisme is dit anders. De ontwikkeling op bepaalde gebieden kunnen nog wel eens met horten en stoten verlopen. Sprints worden afgewisseld met perioden van stilstand. Wel is het zo dat het kind zich blijft ontwikkelen en dat de verschillende vaardigheden wel degelijk tot ontwikkeling komen. Soms worden daarbij fases overgeslagen. In sommige gevallen is het mogelijk dat kinderen die al iets geleerd hebben, die taalvaardigheden weer verliezen. Dat is vooral het geval bij laagfinctionerende autisten.

Stoornissen in de cognitieve ontwikkeling
Ongeveer 70% van alle autisten functioneren op een verstandelijk gehandicapt niveau. Zij hebben dan dus een dubbele handicap. Andere kinderen met autisme blijken (op bepaalde gebieden) wel begaafd te zijn. Te denken valt aangevoeligheid voor muziek, gigantisch goed legpuzzels kunnen maken of een super goed geheugen hebben voor getallenreeksen, speciale gebeurtenissen of details van situaties die ze hebben meegemaakt.
Kinderen met autisme hebben meestal een redelijk goed ruimtelijk inzicht. Op taalgebieden scoren zij vaak een stuk lager.

Oorzaken en prognose van (klassiek)Autisme

Oorzaak
De precieze oorzaak van autisme is niet bekend. Maar waarschijnlijk spelen psychische, fysiologische en sociologische factoren een rol bij het ontstaan van autisme. Ook zou het kunnen dat autisme ontstaat door een infectie.
Op autisme lijkend gedrag komt ook voor bij kinderen met het fragiele-X-syndroom (een genetische stoornis, veroorzaakt door een afwijkend X-chromosoom en gekenmerkt door geestelijke ontwikkelingsachterstand), fenylketonurie (een aangeboren stofwisselingsdefect) en virale encefalitis (door een virus veroorzaakte ontsteking van de hersenen).
Er wordt de laatste tijd veel gesproken over een mogelijk verband tussen het BMR-vaccin (inenting tegen bof, mazelen en rodehond) en een verhoogd risico op autisme. Voor een dergelijk verband bestaat echter (nog) geen sluitend wetenschappelijk bewijs.


Prognose
Kinderen met autisme blijven in de meeste gevallen de rest van hun leven in meer of mindere mate gehandicapt. Als ze rond de 20 jaar oud zijn hebben ze het vaak erg moeilijk. Een klein deel van de autisten kunnen zich zo ontwikkelen dat ze geheel zelfstandig kunnen leven. De helft van de autistsiche kinderen ontwikkelen uiteindelijk goede verbale vaardigheden en kunnen goed duidelijk maken wat ze willen en voelen. De kinderen die goed functioneren kunnen zich het beste ontwikkelen en leren ook om op een begrijpelijke manier te praten. Alle andere autistische kinderen zullen hun hele leven begeleiding en bescherming nodig hebben. Ze kunnen dan op een gegeven moment niet meer thuis wonen en worden dan opgenomen in kleine leefeenheden, tehuizen of speciale instellingen.



Disclaimer

Copyright 2007-2009, Marlispraktijk