Het team van Marlispraktijk
Navigatiemenu

KORTINGEN en ACTIES
Speciaal speelgoed voor kinderen met gedragsproblemen en stoornissen. Educatief en leuk! Speciale kortingen bij attractieparken zoals PLOPSA - klik hieronder de link

» KORTINGEN en acties voor kinderen

Diagnostiek borderline

Er zijn drie soorten oorzaken voor de borderline persoonlijkheidsstoornis.

Meer over:


Geen genetische oorzaak
Uit onderzoek is gebleken dat er geen genetische oorzaak is voor de borderline persoonlijkheidsstoornis. Maar het is wel zo dat bepaalde persoonlijkheidskenmerken en temperament wel aangeboren zijn. Maar dit hoeft niet iets te maken te hebben met borderline.
 
Biopsychosociaal model
Dit model gaat ervan uit dat persoonlijkheidskenmerken die aangeboren zijn beinvloed worden door de omgeving en andersom. Zo kunnen karaktertrekken door de omgeving extra tot uiting komen. Wanneer er extreme omstandigheden plaatsvinden tijdens belangrijke ontwikkelingsfasen van het kind, kan dit zorgen voor een persoonlijkheidsstoornis. Psychologische en sociale invloeden versterken de problemen die de borderliner heeft.
 
Leertheoretische invalshoek
Borderliners hebben moeite om hun emoties te reguleren. Dit zou deels aangeboren zijn, maar het komt deel ook doordat ze het niet goed geleerd hebben. Zo zouden de ouders van deze jongeren geen negatieve emoties van hun kind kunnen verdragen, waardoor de jongere niet leert hoe het met deze emoties om moet gaan. De jongere krijgt alleen een reactie van de ouder als het extreem heftig reageert. Zo leert de jongere dus dat het extreemheftig moet reageren. Deze jongeren leren dat hun gevoelsleven en hun daden er niet toe doen, waardoor ze ook vatbaarder zijn voor (seksuele) mishandeling. Ze zullen namelijk niet snel hulp gaan zoeken.
Een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties zoals blijkt uit vijf (of meer) van de volgende:
1.
Krampachtig proberen te voorkomen om feitelijk of vermeend in de steek gelaten te worden.
N.B.: Reken hier niet het suïcidale of automutilerend gedrag toe, aangegeven in criterium 5.
2.
Een patroon van instabiele en intense intermenselijke relaties gekenmerkt door wisselingen tussen overmatig idealiseren en kleineren.
3.
Identiteitsstoornis: duidelijk en aanhoudend instabiel zelfbeeld of zelfgevoel.
4.
Impulsiviteit op ten minste twee gebieden die in potentie betrokkene zelf kunnen schaden (bijvoorbeeld geld verkwisten, seks, misbruik van middelen, roekeloos autorijden, vreetbuien).
N.B.: Reken hier niet het suïcidale of automutilerend gedrag toe, aangegeven in criterium 5.
5.
Recidiverende suïcidale gedragingen, gestes of dreigingen of automutilatie.
6.
Affectlabiliteit als gevolg van duidelijke reactiviteit van de stemming (bijvoorbeeld periodes van intense somberheid, prikkelbaarheid of angst, meestal enkele uren durend en slechts zelden langer dan een paar dagen).
7.
Chronisch gevoel van leegte.
8.
Inadequate, intense woede of moeite kwaadheid te beheersen (b.v. frequente driftbuien, aanhoudende woede of herhaaldelijk vechtpartijen).
9.
Voorbijgaande, aan stress gebonden paranoïde ideeën of ernstige dissociatieve verschijnselen.
 
Meer over: